Kleine jongen, nog zo pril en klein,
Ruim zes maanden zachte pracht,
Elke morgen die hem liefdevol verwacht,
Een wonder dat alleen maar puur kan zijn.
Zijn ogen grijs, als opa’s trouwe schijn,
Een spiegel van herinnering en kracht,
Een blik die spreekt met stille, diepe macht,
Alsof verleden en toekomst samen zijn.
Zo sterk al in zijn jonge, kleine lijf,
Beweeglijk als de wind die velden kust,
Geen ogenblik volledige rust,
Draaien, kraaien als tijdverdrijf.
Soms komt de drift, fel als een jonge leeuw,
Maar even snel verdwijnt die in de tijd,
Wanneer papa of mama hem verblijdt
En verdwijnt elke storm in een geeuw.
Dan opent zich zijn lach, zo warm en vrij,
Een zon die ieder donker hart verlicht,
Een stralend wonder, zuiver van gezicht,
Dat fluistert: “De wereld hoort bij mij.”
Nog klein van stuk, maar groots in wat hij geeft,
Met blauwgrijze ogen een stil verhaal,
Krijgt elke dag een nieuw, kostbaar onthaal,
Omdat liefde voor altijd in hem leeft.
Ik heb de kleine welp op schoot. Dankjewel mijn lieve (o)pa!
Om in te lijsten zo mooi <3
Geweldig geschreven weer Paul
Dank je wel Johan! Ik ben dankbaar dat ik het kan doen 😉